
Dit zelfbouwvoorbeeld begint bij de fundering en behandelt vloer, wandframes, dak, deur, kippenluik en legnesten. Het vloerframe meet 3,20 × 2,20 meter; de vrije binnenruimte is circa 3 × 2 meter. Het hout blijft minimaal 150 mm boven grond die door regen nat kan worden. Open een tekening om in te zoomen of download alle 26 A3-bladen als PDF. Lees vóór de bouw de uitgangspunten: het funderingssysteem en de verankering moeten op de plaatselijke bodem en belasting worden afgestemd. Een veilige buitenren hoort apart bij het hok.
Materialen
- C24 constructiehout 45 × 145 en 45 × 95; aantallen en zaagmaten op bladen 23–24
- Negen passende schroeffundamenten met systeemkoppen, gekozen op bodem en windbelasting
- 18 mm constructief exterieurmultiplex voor vloer en dak
- 9 mm constructieplaat buiten en gladde exterieurplaat binnen
- Dampopen gevelmembraan, tape, verticale tengels en horizontale buitenbekleding
- Compleet EPDM-daksysteem, boeiboorden, goot en afvoer
- Geschikte hoekankers, stormverbindingen, windverankering en systeembevestigers
- Deurkozijn, buitenscharnieren, veilige sluiting, luikgeleiders en roofdierwerend gaas
- 12 mm exterieurmultiplex voor twee legnesten en afgeronde zitstokken
Gereedschap
- Rolmaat, winkelhaak, waterpas en schietlood
- Zaag met geleider en stofafzuiging; passend beschermingsmateriaal
- Boormachine, schroefmachine, voorboren en klemmen
- Tijdelijke wandschoren en stabiel werkplatform
- Passend installatiematerieel voor het gekozen funderingssysteem
Tekeningen
Stap voor stap
01 / Zet de negen funderingspunten uit
Zet 3200 × 2200 uit. Beide diagonalen moeten circa 3883 zijn. Verwijder los organisch materiaal. Gebruik negen passende schroeffundamenten met kop voor een dubbele drager van 90 breed. Laat lengte, draagkracht én uittrekweerstand vaststellen bij het gekozen systeem. Stel alle koppen waterpas. F1: 9 schroeffundamenten op x = 100 / 1600 / 3100 en y = 45 / 1100 / 2155. Geen vaste schroeflengte voor alle bodems. Grond die blijvend week is of overstroomt vraagt een andere funderingsuitwerking.
02 / Monteer de drie dubbele dragers
Leg per draaglijn twee balken 45 × 145 vlak naast elkaar. Beide delen moeten op elke kop steunen. Koppel de delen met geschikte constructieschroeven volgens hun productblad; verspring de bevestiging. Bevestig elke drager aan zijn funderingskop met de voorgeschreven bouten of schroeven. B1: 6 × 3200 lang, doorsnede 45 × 145 C24. Onderzijde dragers minimaal 150 boven grond. Gebruik duurzaam of geschikt behandeld hout buiten pikbereik en werk zaagvlakken passend af.
03 / Bouw het vloerframe haaks
Maak twee randbalken van 3200. Zet negen balken van 2110 ertussen. Linkerzijden balken op x: 0, 394, 789, 1183, 1578, 1972, 2366, 2761 en 3155. Plaats acht klossen onder de middennaad. Schroef de randverbindingen en zet het frame aan de dragers vast. V1: 2 × 3200; V2: 9 × 2110; V3: 8 klossen, pasmaat circa 349–350. Alles 45 × 145. Rand → balk: 2 constructieschroeven 6 × 120 per einde; verbindingskeuze en randafstanden controleren op productblad.
04 / Leg en bescherm de vloer
Pas vier delen op het gemonteerde frame. Houd 3 mm tussen de platen; trek die voeg af van de pasmaat. Schroef circa 150 langs plaatranden en 300 op tussenbalken, met 4,5 × 50 geschikte plaatschroeven. Maak de bovenzijde glad en reinigbaar. Bescherm alle plaatranden; laat de onderzijde ventileren. V4: 4 plaatdelen met nominale vakmaat 1600 × 1100, dikte 18; netto maat na voegen aftekenen. Ondersteun elke rand. Gebruik buitenbestendige structurele plaat, niet onbehandelde meubelplaat.
05 / Bouw de voorwand plat op de vloer
Leg onderregel en twee bovenregels uit. Plaats acht volle stijlen volgens de matenlijst. Maak de deur met twee draagstijlen en een dubbele latei. Verwijder de onderregel in de doorgang pas na plaatsing. Maak het luik tussen de stijlen: onderkant 150, bovenkant 600. Ondersteun de korte regels met geschikte hoekankers. W1: regels 3 × 3200 (45 × 95); stijlen 8 × 2065; deurstijlen 2 × 1855; latei 2 × 940 (45 × 145); 3 × 65 vulstijlen. Luikregels 2 × 400; luikstijlen 60 en 1465. Overige delen 45 × 95.
06 / Bouw de achterwand
Zaag negen stijlen 2065. De regels zijn 3200. Monteer op dezelfde wijze als de voorwand. Linkerzijden stijlen op dezelfde negen x-maten als het vloerframe. Controleer beide diagonalen. Zaag de ventilatie later alleen in de platen en bekleding: x = 440 en 2420, z = 1950, elk 300 × 100. W2: 3 × 3200 regels en 9 × 2065 stijlen, alles 45 × 95. Frameverbinding: 2 geschikte constructieschroeven 6 × 100 door regel in stijl; geen gipsplaatschroeven.
07 / Bouw twee gelijke zijwanden
Maak per zijwand drie regels 2010 en vijf stijlen 2065, alles 45 × 95. Linkerzijden stijlen op 0, 491, 983, 1474 en 1965. Bouw beide zijwanden gelijk. Het dakafschot komt later met afschotlatten boven de dakbalken. De vier wandframes zijn allemaal 2200 hoog. W3 + W4 samen: 6 × 2010 regels en 10 × 2065 stijlen, doorsnede 45 × 95. Lengtecontrole: 95 + 2010 + 95 = 2200 buitenmaat vloer.
08 / Zet wanden recht en verbind ze
Zet achterwand, zijwanden en voorwand op de vloer. Klem, schoor en controleer loodrecht. Verbind de hoekstijlen aan de binnenkant met geschikte hoekankers volgens het productblad. Voeg achterhout voor de binnenplaat toe. Veranker onderregels door de vloer in balken; maak doorlopende windankers op de vier hoeken tot aan de fundering. Hoeklatten voor binnenplaat: 4 × circa 2100, bijvoorbeeld 45 × 45. Onderregel → vloerbalk: geschikte 6 × 160 constructieschroeven op balkkruisingen. Windankers/hold-downs en funderingskoppen vormen samen de verankeringsketen.
09 / Leg de dakbalken en randklossen
Leg negen balken van 2600 van voor naar achter: y = −200 tot 2400. Laat aan beide kanten 200 uitsteken. Zet elke dakbalk op beide dragende wanden met een passende stormverbinding vast: achttien aansluitingen. Monteer vier rijen klossen tussen balken: bij beide uiteinden en onder de plaatnaden. R1: 9 × 2600 (45 × 145). R2: 32 pas-klossen circa 349–350, zelfde doorsnede. Stormankers: gebruik uitsluitend de bevestigers en het gatenpatroon uit het productblad van de gekozen verbinder.
10 / Maak het dakafschot
Leg op elke dakbalk een afschotlat over de volledige 2600. Laat die oplopen van 0 naar 130. Bestel deze latten op maat of laat ze veilig zagen. Alle negen moeten hetzelfde profiel hebben. Vul ook de dwarsklossen op tot hetzelfde afschotvlak. Bevestig latten en opvullingen met voldoende indringing in de balk. R3: 9 × 2600 lange afschotlatten, 45 breed, verloop 0–130. Van voor naar achter stijgt het dak 130. Bij de wanden is de lat circa 10 en 120 hoog. Dwarsklossen krijgen passende opvullingen: de platen moeten overal vlak worden ondersteund. Geen sedumdak.
11 / Leg dakplaten en EPDM
Verdeel het dak in twaalf delen zoals getekend. Meet op het gebouwde frame; trek 3 mm voegen af. Schroef platen 150 langs randen en 300 op tussensteunen. Leg EPDM op een droge, gladde en geschikte ondergrond. Gebruik één compleet lijm-, rand- en doorvoersysteem. Monteer goot aan de lage voorzijde en voer water weg van de fundering. Nominale kolombreedten: 861,5 / 789 / 788 / 861,5. Nominale rijlengten op afschot circa 868; pasmeten. Reken circa 10 m² dakplaat incl. snijverlies en een ruim bemeten EPDM-baan met de vereiste randtoeslagen.
12 / Maak de wanden wind- en regendicht
Breng 9 mm constructieplaat aan, volledig ondersteund en volgens plaatvoorschrift bevestigd. Daarover dampopen waterkerende gevelmembraan, met de overlap en tape van hetzelfde systeem. Monteer verticale tengels 18 en horizontale buitenbekleding circa 15. Houd luchtinlaat en uitlaat open, met insectengaas. Binnen: glad reinigbaar 9 mm exterieurmultiplex. Bescherm kopse kanten. Buitenbekleding dekt het vloerhout af maar eindigt ruim boven grond. Geen losse vezelisolatie of kunststofranden binnen pikbereik.
13 / Maak de mensendeur
Plaats het kozijn in de opening 850 × 1900. Controleer haaks en loodrecht. Maak een blad 800 × 1850: twee stijlen, drie regels en twee passend afgetekende schoren. Monteer drie geschikte buitenscharnieren, een sluiting die van binnen opent, en een regenkap boven het kozijn. Deurhout: stijlen 2 × 1850 en regels 3 × 660, 45 × 70. Schoren: 2 ruwe delen circa 1150, ter plekke passend zagen. Kozijn 21 × 95: 2 × 1900 + 1 × 808. Houd 4 boven en naast het blad, circa 25 onder.
14 / Monteer luik, gaas en ventilatiekappen
Monteer een passend afsluitbaar luik voor opening 400 × 450. Bij zelfbouw: blad circa 450 × 500 in gesloten zijgeleiders. Sluit alle ventilatie met geschikt gelast roofdierwerend gaas en geschroefde klemlatten. Maak buiten een afwaterende kap. Laat voldoende luchtweg vrij; vergroot ventilatie wanneer condens of slechte lucht blijft optreden. Frontroosters: x 1495 en 1925; achterroosters: x 440 en 2420. Alle z = 1950 en 300 × 100, tussen stijlen. Luik onderzijde z = 150. Controleer maat op ras; geen vrij hangend koord binnen bereik.
15 / Maak toegang en controleer de buitenkant
Maak twee stabiele buitentreden naar de vloer: circa 153 en 306 hoog, breed minimaal 800. Maak de loopplank naar het kippenluik. Bij circa 608 hoogteverschil is een plank van circa 1450 een bruikbaar startpunt. Zet de toegang vast, maak oppervlak stroef en randen glad. Controleer afloop van regenwater. De getekende blokken geven tredehoogten aan, geen massief houten bouwdelen. Gebruik passende buitenstair/stringer-systemen of gefundeerde prefab treden; laat de constructie los van de ventilatie onder het hok.
16 / Richt het hok in
Plaats twee nesten met vrije toegang vanaf het pad. De detailbladen hierna geven paneelmaten en verbinding. Plaats twee gladde zitstokken 1200 lang, circa 400 uit elkaar en op gelijke hoogte. Pas de beginhoogte 450 aan ras en mobiliteit aan. Plaats een uitneembare mestplaat onder de zitstokken en maak een reinigingsproef. Zitstokken: 2 × 1200 × circa 45 × 45, bovenranden afgerond. Totale lengte 2400. Gebruik vier passende uitneembare houders, bevestigd aan een stabiel onderstel of dragend frame, niet alleen aan de binnenplaat.
17 / Controleer en neem in gebruik
Controleer ieder funderingspunt, de hoekverankering, alle stormverbindingen en uitstekende schroeven. Test deur en luik, giet gericht water op dak en randen, en controleer het hok na echte regen. Regel vooraf een ruime veilige buitenren, verzorging en dagelijkse controle. Controleer na storm, en na de eerste natte periode opnieuw. Dit plan is een gedetailleerd bouwvoorbeeld, geen bewijs van draagvermogen voor iedere plek. Gebruik geen ongeteste bodemankers. Laat de gekozen verankering en lokale wind-/sneeuwbelasting passend controleren vóór montage.
Detail / Legnesten
Paneelmaten en montage van twee uitneembare nestvakken — open de tekening voor de maten en toelichting.
Detail / Nestverbinding
Paneelmaten en montage van twee uitneembare nestvakken — open de tekening voor de maten en toelichting.
Details / Onderbouw en daknaad
Vergrote doorsneden • ondergrondse lengte van schroeffundament volgt uit bodem en systeem — open de tekening voor de maten en toelichting.
Maatblad / Hoogte en dakranden
Hoogten gerekend vanaf afgewerkte grond • 150 vrije ruimte onder de dragers — open de tekening voor de maten en toelichting.
Zaaglijst / Dragende houten delen
Bestelmaten in mm • C24, werkelijk geschaafde doorsneden • zaagverlies apart reserveren — open de tekening voor de maten en toelichting.
Zaaglijst / Dak, posities en afwerking
Alle x-maten zijn linker zijden van het hout; alle hoogten z zijn vanaf bovenzijde vloer — open de tekening voor de maten en toelichting.
Montage / Bevestigingsstaat
Controleer producten vóór bestelling; nominale schroefmaten vervangen geen verbindingsberekening — open de tekening voor de maten en toelichting.
Lees vóór de bouw / Uitgangspunten
Bij het plan horen een veilige buitenren, dagelijkse verzorging en controle op condens en roofdieren — open de tekening voor de maten en toelichting.